Ankara-garen (mohair) en zijn weg van Anatolië naar Leiden en Haarlem

Portret van historicus Pieter van Dijk, expert in Ottomaanse handelsgeschiedenis
Pieter van Dijk
Historicus en expert Ottomaanse handelsgeschiedenis
Ottomaanse goederen Nederland · 2026-02-15 · 5 min leestijd

Stel je voor: een draadje garen dat zo zacht en glanzend is als zijde, maar sterker en lichter.

Het is afkomstig van een speciale geit uit de droge bergen van Turkije en belandt via een lange handelsroute in de textielateliers van Leiden en Haarlem. Dit is het verhaal van Ankara-garen, beter bekend als mohair.

In de 19e en 20e eeuw was dit een cruciaal product voor de Nederlandse textielindustrie. Laten we eens kijken hoe dit bijzondere materiaal van Anatolië naar Nederland reisde en wat het betekende voor de steden aan het Spaarne en de Rijn.

De oorsprong: mohair uit de Turkse bergen

Het verhaal begint in het hart van Turkije, in de regio rond de stad Ankara.

Hier, op de steile en droge hellingen van de Taurus-bergen, grazen de Angora-geiten. Deze geiten zijn aangepast aan de extreme omstandigheden; de arme grond en het ruwe klimaat zorgen ervoor dat hun vacht bijzonder veerkrachtig wordt. De vezel die deze geiten produceren, is mohair.

De kwaliteit van de vezel

Mohair staat bekend om zijn unieke glans, die vaak wordt omschreven als ‘zijdeachtig’. Het is niet alleen mooi om te zien, maar ook functioneel: het is licht, warm en sterk tegelijk.

De kwaliteit van het garen hangt af van het seizoen. In de lente, wanneer de geiten hun dikke wintervacht verliezen, wordt de fijnste en meest gewilde kwaliteit mohair gewonnen.

In de herfst wordt de grovere kwaliteit geschoren, die geschikt is voor minder luxe toepassingen. De productie was en is nog steeds een ambachtelijk proces. Eerst wordt de wol geschoren, daarna grondig gewassen en gedroogd. Vervolgens wordt de vezel gesponnen tot garen.

In de 19e eeuw begon de vraag naar deze luxe vezel in Europa te groeien, vooral in Frankrijk en Engeland. De handelaren zochten naar nieuwe bronnen en vonden die in Anatolië.

De handelsroute: van Smyrna naar Europa

De mohair uit Anatolië werd niet rechtstreeks naar Nederland verscheept. De belangrijkste uitvoerhaven was Smyrna (het huidige Izmir), een bruisende handelsstad aan de kust.

Waarom Leiden en Haarlem?

Vanuit daar gingen schepen vol mohair naar Europa. Hoewel Groot-Brittannië en Frankrijk de grootste afnemers waren, ontwikkelden Leiden en Haarlem zich in de loop van de 19e eeuw tot belangrijke knooppunten voor de verwerking van dit garen.

Deze steden hadden een rijke textielgeschiedenis. Al in de Gouden Eeuw waren ze belangrijk voor de laken- en zijdehandel. Toen de vraag naar mohair toenam, hadden ze de infrastructuur, de kennis en de vakmensen al in huis. Er waren gespecialiseerde handelaren, garenspanners en wevers die direct aan de slag konden.

Vanaf de jaren 1840 begon de import serieus vorm te krijgen. Bedrijven als ‘De Molen van Meppel’ en ‘Van den Berg & Zoon’ speelden hierin een sleutelrol.

Tussen 1880 en 1900 importeerde De Molen van Meppel alleen al ongeveer 250 ton Ankara-garen per jaar vanuit Smyrna. Van den Berg & Zoon, gevestigd in Haarlem, was een andere grootspeler. Zij handelden niet alleen in het ruwe garen, maar verwerkten het ook tot eindproducten die klaar waren voor de wevers.

De verwerking in de Nederlandse textielindustrie

Eenmaal aangekomen in Leiden of Haarlem begon het echte ambachtswerk. Het ruwe mohair werd door garenspanners verder verwerkt.

De waarde van het garen

Dit waren vaak vakmensen die gespecialiseerd waren in het spinnen van fijne vezels zoals mohair, zijde en wol. Ze gebruikten traditionele machines, waaronder de ‘spinning jenny’ en de ‘water frame’, om de garens te produceren. De kwaliteit werd streng gecontroleerd.

De markt eiste perfectie. De prijzen fluctueerden, afhankelijk van de fijnheid van de vezel.

Tussen 1900 en 1920 lag de prijs voor fijn mohair tussen de 8 en 12 guilders per pond. Grovere kwaliteit was goedkoper, rond de 4 tot 6 guilders per pond. Dit waren aanzienlijke bedragen voor die tijd, wat aantoont hoe waardevol dit materiaal was.

De textielindustrie in Leiden en Haarlem maakte gretig gebruik van deze garens. Ze werden verwerkt tot luxe stoffen die werden gedragen door de welgestelde klassen in Nederland en daarbuiten.

Toepassingen: zijde-achtige stoffen en meer

Ankara-garen werd vooral gebruikt voor producten die een beetje luxe en warmte nodig hadden.

Mohair-zijde

Denk aan zachte sjaals, shawls en fijn breigarens voor truien en vesten. Maar het ging verder dan alleen kleding. Een bijzondere toepassing was de productie van ‘mohair-zijde’.

Dit was een stof die werd gemaakt door mohair te verweven met echte zijde. Deze combinatie zorgde voor een unieke textuur: de glans van zijde gecombineerd met de sterkte en veerkracht van mohair.

Deze stoffen waren zeer geliefd bij de elite en concurreerden met de zijde uit China en India.

Naast kleding werd mohair ook gebruikt voor tapijten en decoratieve textielproducten. De vezel is van nature vuilafstotend en kleurecht, wat het ideaal maakte voor interieurtoepassingen.

De neergang en het verdwijnen van de handel

Hoewel de handel in Ankara-garen decennialang floreerde, kwam er in de 20e eeuw een einde aan de hoogtijdagen.

Verschillende factoren speelden hierbij een rol. Allereerst was er de opkomst van synthetische vezels. Materialen zoals nylon en acryl waren goedkoper om te produceren en makkelijker in onderhoud.

Ze boden een alternatief voor de dure mohair. Ten tweede had de Eerste Wereldoorlog een verwoestende invloed op de handelsroutes en de economie.

De rol van de textielconglomeraten

De Turkse Revolutie van 1923 zorgde voor verdere verstoring van de handel vanuit Anatolië.

Tot slot veranderde de mode. De voorkeur voor zware, luxe stoffen nam af en maakte plaats voor lichtere, functionelere materialen. In de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw werden veel kleine weverijen en garenspannerijen in Leiden en Haarlem overgenomen door grotere textielconglomeraten. De ambachtelijke traditie verdween langzaam uit het straatbeeld. De productie van specifiek Ankara-garen werd steeds kleiner en uiteindelijk bijna stopgezet.

Een erfenis die blijft

Vandaag de dag is Ankara-garen een zeldzaam materiaal. Het wordt nog steeds geproduceerd, maar vooral in kleine hoeveelheden voor de hoogwaardige mode-industrie.

De grote industriële productie zoals die in Leiden en Haarlem plaatsvond, behoort tot het verleden.

Toch is de erfenis zichtbaar. De textielmusea in Leiden en Haarlem bewaren de geschiedenis van deze handel. In de straten van deze steden herinneren oude pakhuizen en fabrieksgebouwen aan de tijd dat mohair en angora wol uit Turkije hier werd verwerkt tot luxe stoffen.

Het verhaal van Ankara-garen laat zien hoe een lokaal product uit een droog gebied in Turkije een wereldwijde reis kon maken en bijdroeg aan de bloei van de Nederlandse textielindustrie. Het is een verbindend verhaal van ambacht, handel en de zoektocht naar kwaliteit.

Portret van historicus Pieter van Dijk, expert in Ottomaanse handelsgeschiedenis
Over Pieter van Dijk

Pieter van Dijk is een expert op het gebied van de Nederlands-Ottomaanse handelsbetrekkingen in de Gouden Eeuw.

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Ottomaanse goederen Nederland
Ga naar overzicht →