Wist je dat Nederlandse handelaren vroeger zowat alles uit het Ottomaanse Rijk importeerden, van specerijen tot tapijten? Het was een stuk globaler dan je misschien denkt.
Deze pagina neemt je mee naar een tijd waarin Rotterdam en Amsterdam de poorten waren naar een schat aan exotische waar.
Ontdek hoe deze goederen de Nederlandse markt en cultuur voorgoed veranderden.
De Nederlandse handel in de 17e eeuw draaide op enkele vaste klassiekers. Turkse zijde was een absolute topper.
Je vindt er meer over in 'Turkse zijde in Amsterdam'. Ook koffie was een game-changer.
Ons artikel over 'Koffie uit Mocha' legt uit hoe Nederland de eerste Europese koffiemarkt werd. Specerijen via Constantinopel waren ook goud waard. Denk aan peper en kaneel.
Daarnaast waren er de tapijten en het leer. 'Turkse tapijten in Nederlandse interieurs' toont hun pracht. Saffiaan leer was dan weer essentieel voor de leerindustrie. Minder bekend, maar zeker belangrijk, waren grondstoffen als mohair en angora wol.
Deze 'Ankara-garen' vonden hun weg naar Leiden en Haarlem. Ook was en opium werden geïmporteerd, zij het minder courant.
Tenslotte speelden grondstoffen als gommen en harsen een rol in de lak- en verfindustrie. Zo was de impact dus veel breder dan je denkt.
De impact was enorm en voelbaar in alle lagen van de samenleving.
Het ging niet enkel over geld, maar over een totale cultuuruitwisseling. De textielhandel veranderde de mode. Modehuizen in Amsterdam werden beïnvloed door Turkse zijde.
Dat zie je duidelijk in 'Turkse zijde in Amsterdam: hoe Ottomaanse textiel de Nederlandse mode beïnvloedde'. De smaakpapillen veranderden ook.
Koffiehuizen schoten als paddenstoelen uit de grond. Dit creëerde een nieuw sociaal leven.
De interieurs kregen een upgrade. Rijke koopmannen wilden prestigieuze tapijten. Die vind je nu nog steeds in het Rijksmuseum. De textielnijverheid in Leiden had een continue vraag naar grondstoffen.
Daarom was de discussie over 'Ottomaans katoen versus Indisch katoen' zo belangrijk. Het was een constant gevecht om de beste kwaliteit en prijs.
Rotterdam en Amsterdam werden logistieke knooppunten. Vanuit deze steden gingen de goederen verder Europa in. Zo werden we een centrum voor de internationale handel.
De economie groeide hard door deze handel. Het toont aan hoe afhankelijk we waren van de Levantse handel.
De sporen zijn overal om je heen, als je weet waar je moet kijken. In musea zie je de prachtige Ottomaanse edelstenen en sieraden. Ons artikel 'Ottomaanse edelstenen en sieraden in de Nederlandse handelsboeken' vertelt hun verhaal. In oude koopmanshuizen zie je nog steeds de tapijten aan de muren. De verf- en lakindustrie had baat bij de import van gommen en h