Jan van der Heyden en andere Nederlanders die Ottomaanse steden beschreven

Portret van historicus Pieter van Dijk, expert in Ottomaanse handelsgeschiedenis
Pieter van Dijk
Historicus en expert Ottomaanse handelsgeschiedenis
Sleutelfiguren Nederlands-Ottomaans · 2026-02-15 · 9 min leestijd

Stel je even voor: je bent een handelaar uit Amsterdam in de Gouden Eeuw.

Je stapt op een schip en vaart naar een stad die zestien keer zo groot is als je eigen hometown. Je komt aan in Constantinopel, het hart van het machtige Ottomaanse Rijk. Thuis weten ze eigenlijk alleen dat er een sultaan woont en dat het ver weg is. Jij ziet het allemaal met eigen ogen.

Wat schrijf je op? Je wilt natuurlijk alles weten: hoeveel inwoners heeft de stad?

Waar liggen de forten? En hoe zit die handel in elkaar?

In de zestiende en zeventiende eeuw deden Nederlandse reizigers precies dat. Ze waren niet alleen uit op geld, maar ook op kennis. Jan van der Heyden is de beroemdste van deze groep, maar hij was zeker niet de enige.

In dit artikel duiken we in de wereld van Nederlandse cartografen en handelaren die Ottomaanse steden zoals Constantinopel (nu Istanboel) en Smyrna (Izmir) voor het eerst echt in kaart brachten. Dit is het verhaal van hoe Hollandse nieuwsgierigheid de kaart van de wereld veranderde.

Waarom wilden Nederlanders naar het Ottomaanse Rijk?

Om deze reizen te begrijpen, moet je denken aan geld en macht. Het Ottomaanse Rijk was in de zestiende eeuw de grootste speler in de regio.

Zij controleerden de handelsroutes naar Azië. Voor Nederlanders, en dan vooral de kooplieden uit de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, was dat superinteressant. Ze wilden niet afhankelijk zijn van de Spanjaarden of Portugezen; ze wilden zelf handelen met het Oosten.

Het begon allemaal met de vrede van 1612. Nederlandse kooplieden kregen eindelijk toegang tot de Ottomaanse markten via een speciaal handelsverdrag.

Dit zorgde voor een stroom aan Nederlanders naar de Levant (de kust van Turkije en Syrië). Om zaken te doen, stichtte Nederland in 1580 al een ambassade in Constantinopel. Dat was niet alleen handig voor diplomaten, maar ook een goudmijn voor reizigers die de stad wilden verkennen.

Jan van der Heyden: De man met de pen en de passer

Als er één naam is die je moet onthouden, is het die van Jan van der Heyden (1568–1637).

Hij was een echte Amsterdammer: ondernemend, slim en precies. Van der Heyden was van huis uit een glasschilder, maar hij werkte zich op tot de beroemdste cartograaf en brandweercommandant van de stad. Maar zijn hart lag ook bij de zee. Tussen 1598 en 1618 reisde hij meerdere keren naar het Oosten.

Hij keek met een artiestenoog en een wetenschappelijke blik naar de wereld. Waar anderen alleen een hoop huizen zagen, zag Van der Heyden een structuur.

Hij telde de torens, volgde de muren en noteerde de ligging van paleizen.

De stad die tot leven kwam op papier

Zijn reizen werden vaak gefinancierd via de connecties van de ambassade in Constantinopel. Hij maakte niet zomaar een tekeningetje; hij maakte precisiewerk. Zijn meesterwerk was zijn beschrijving van Constantinopel, voor het eerst gepubliceerd in 1608 onder de titel De Constanopole. Dit was revolutionair.

Eerder werden steden vaak getekend als een rommelige hoop. Van der Heyden tekende de stadsmuren, de haven en de belangrijkste gebouwen zoals de Hagia Sophia en het Topkapi paleis op schaal.

Zijn kaarten waren zo gedetailleerd dat handelaren ze konden gebruiken om hun weg te vinden. Hij beschreef niet alleen de gebouwen, maar ook het leven eromheen: hoeveel inwoners er waren, welke etnische groepen er woonden en hoe de bureaucratie werkte. Zijn werk was een soort Google Maps voor de Gouden Eeuw.

Meer dan alleen Van der Heyden

Hoewel Jan de beroemdste is, stond hij niet alleen. De Nederlandse nieuwsgierigheid leidde tot een hele golf van reizigers die hun ervaringen deelden.

Een andere belangrijke naam is Willem van Ittersum. Hij was, net als Van der Heyden, een koopman en cartograaf.

Willem van Ittersum: De handelaar met de pen

Hij bracht in 1610 zijn eigen boek uit over Constantinopel. Zijn werk is interessant omdat het soms net iets anders is dan dat van Van der Heyden. Waar Van der Heyden heel erg focuste op de plattegrond, gaf Van Ittersum vaak meer context over de handel en de dagelijkse prijzen.

Samen geven ze een veelzijdig beeld van de stad. Jacob van Neck was een diplomaat en koopman met een druk schema. Hij reisde niet alleen naar Constantinopel, maar ook naar Aleppo (in het huidige Syrië). Hij was minder een cartograaf en meer een man van de grote lijnen.

Jacob van Neck en de handelsposten

Zijn brieven naar de Nederlandse regering zitten vol cruciale informatie over de economische situatie in de Levant.

Hij zorgde voor de verbinding tussen de Nederlandse overheid en de Ottomaanse markt. Zonder de gedetailleerde verslagen van Pieter van Dam had de handel nooit zo soepel kunnen lopen.

Wat schreven ze eigenlijk op?

Deze Nederlandse reizigers waren wars van vage verhalen. Ze wilden feiten. In deze boeken over Nederlandse reizigers vind je tegenwoordig nog steeds bruikbare data.

Allereerst de demografie. Ze schreven op hoeveel huizen er waren en schatten de totale bevolking. Constantinopel had volgens hen meer dan 100.000 inwoners (wat voor die tijd reuzengroot was).

Ze telden de bevolking per wijk en per geloof. Daarnaast de handel.

Ze noteerden de prijzen van specerijen, zijde en koffie. Als je wilt weten wat een kilo peper koste in 1615, dan vind je dat bij deze Nederlandse kooplieden. Maar ze keken ook naar het militaire apparaat. De Ottomanen hadden een enorm leger en zware kanonnen.

Onze reizigers beschreven de dikte van de stadsmuren en de sterkte van de forten. Dit was niet alleen fascinerend, maar ook belangrijk voor de Europese koningen die wilden weten hoe sterk hun concurrent was.

Tenslotte keken ze naar de mense factor. Hoe kleedden de Ottomanen zich? Wat aten ze? Ze schreven ook over Nederlandse bekeerlingen tot de islam en hoe de Ottomanen omgingen met christenen. De beschrijvingen zijn soms bevooroordeeld (ze vonden het vaak 'barbaars'), maar ze geven een inkijkje in de cultuur.

Waarom deze verhalen vandaag nog belangrijk zijn

Waarom lezen we deze oude verhalen nog steeds? Omdat ze de basis legden voor de moderne kennis over Turkije en het Midden-Oosten.

De kaarten van Van der Heyden werden decennialang gebruikt door andere cartografen. Ze werden nageprint in Frankrijk en Engeland. De kennis die deze Nederlanders verzamelden, vond zijn weg naar encyclopedieën en wetenschappelijke boeken. Ze zorgden ervoor dat het 'verre' Ottomaanse Rijk voor Europeanen een stuk dichterbij kwam.

Het was niet langer een mythisch land vol monsters, maar een echte plek met steden, markten en inwoners. Hun werk liet zien dat handel en kennis hand in hand gaan.

De prestaties van Jan van der Heyden en zijn tijdgenoten zijn dan ook meer dan alleen historische curiositeiten.

Het is een bewijs van hoe Nederlanders, met weinig middelen maar veel doorzettingsvermogen, de wereld in kaart brachten. De volgende keer dat je door Istanboel loopt, bedenk dan even dat een Amsterdammer uit de 17e eeuw daar ooit liep met een meetlint en een pen, en de wereld een stukje kleiner maakte.

Veelgestelde vragen

Waarom reisden Nederlandse handelaren naar het Ottomaanse Rijk?

In de 16e eeuw zochten Nederlandse kooplieden naar alternatieve handelspartners buiten de dominantie van Spanjaarden en Portugezen. De vrede van 1612 opende de weg naar de Ottomaanse markten, waardoor Nederlanders toegang kregen tot lucratieve handelsroutes naar Azië en de Levant, en zo hun economische onafhankelijkheid wisten te vergroten.

Wie was Jan van der Heyden en wat maakte hem zo bijzonder?

Jan van der Heyden was een Amsterdamse cartograaf en uitvinder die in de 16e eeuw meerdere reizen maakte naar het Ottomaanse Rijk, met name Constantinopel. Hij was een detailgedreven kunstenaar en wetenschapper, die de stad nauwkeurig in kaart bracht door de structuur van de stad te observeren en te documenteren, wat hem tot de beroemdste cartograaf van zijn tijd maakte.

Wat was Constantinopel voor Nederlandse handelaren?

Constantinopel, het huidige Istanbul, was voor Nederlandse handelaren in de 17e eeuw een cruciaal centrum voor de handel met het Oosten. Door de toegang die ze kregen via het handelsverdrag van 1612 en de ambassade, konden ze hier goederen kopen en verkopen, waardoor ze hun positie ten opzichte van Spanjaarden en Portugezen versterkten en hun eigen economische groei stimuleerden.

Hoe werd Jan van der Heydens werk gefinancierd?

Jan van der Heydens reizen en kaartwerk werden vaak gefinancierd door de connecties en middelen die beschikbaar waren via de Nederlandse ambassade in Constantinopel. Deze ambassade bood niet alleen diplomatieke ondersteuning, maar diende ook als een goudmijn voor reizigers die de stad wilden verkennen en informatie verzamelen voor hun kaarten.

Wat was de betekenis van de vrede van 1612 voor de handel tussen Nederland en het Ottomaanse Rijk?

De vrede van 1612 markeerde een cruciale keerpunt in de handelsrelaties tussen Nederland en het Ottomaanse Rijk. Deze vrede gaf Nederlandse kooplieden de toestemming om rechtstreeks zaken te doen in de Ottomaanse markten, waardoor de afhankelijkheid van Spaanse en Portugese handelaren werd verminderd en de weg vrij werd gemaakt voor een bloeiende handel tussen de twee regio’s.

Portret van historicus Pieter van Dijk, expert in Ottomaanse handelsgeschiedenis
Over Pieter van Dijk

Pieter van Dijk is een expert op het gebied van de Nederlands-Ottomaanse handelsbetrekkingen in de Gouden Eeuw.

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Sleutelfiguren Nederlands-Ottomaans
Ga naar overzicht →