Nederlandse bekeerlingen tot de islam in het Ottomaanse Rijk: gevangenen of vrijwilligers?

Portret van historicus Pieter van Dijk, expert in Ottomaanse handelsgeschiedenis
Pieter van Dijk
Historicus en expert Ottomaanse handelsgeschiedenis
Sleutelfiguren Nederlands-Ottomaans · 2026-02-15 · 9 min leestijd

Stel je even voor: je bent een Nederlandse koopman in de 17e eeuw. Je staat in Amsterdam aan de haven, kijkt naar de schepen die richting het Oosten varen, en vraagt je af wat er verder ligt dan de vertrouwde grachten.

Het is een tijd van grote veranderingen, oorlogen en nieuwe kansen. Maar hoe ver kan een mens gaan? In de 16e en 17e eeuw zochten verschillende Nederlanders hun heil niet in de nieuwe wereld, maar juist in het oude Ottomaanse Rijk.

Ze bekeerden zich tot de islam. Maar was dat uit vrije wil, of waren ze simpelweg gevangenen die hun lot moesten accepteren?

Laten we die vraag eens scherp stellen en duiken in een fascinerend stukje geschiedenis dat vaak over het hoofd wordt gezien.

De Ottomaanse dreiging aan de Nederlandse kust

Om te begrijpen waarom Nederlanders in die tijd naar het Ottomaanse Rijk trokken, moeten we eerst kijken naar de relatie tussen beide gebieden.

Tussen 1576 en 1648 was Europa in de ban van de Tachtigjarige Oorlog. Nederland vocht voor onafhankelijkheid tegen Spanje en de Habsburgse machten. Tegelijkertijd was er een andere dreiging: het Ottomaanse Rijk.

In 1573 vielen Ottomaanse schepen Terneuzen binnen. Het was een korte, brutale aanval die liet zien dat de Ottomanen niet alleen een verre macht waren, maar ook een directe bedreiging konden vormen.

Hoewel de Ottomanen nooit lang controle hielden over delen van Nederland (vooral Zeeland en West-Friesland), was de angst reëel.

Maar zoals vaak gebeurt in de geschiedenis, bracht zo’n dreiging ook kansen. Voor sommige Nederlanders werd het Ottomaanse Rijk een plek van hoop, een vluchtroute of een nieuw begin.

Wie waren deze Nederlandse bekeerlingen?

Het is lastig om precies te zeggen hoeveel Nederlanders zich bekeerden tot de islam. De bronnen zijn schaars en vaak gebaseerd op verhalen die mondeling werden doorgegeven.

Jan van der Meer: De koopman die zijn weg vond

Toch zijn er een paar namen die naar voren komen in historische documenten.

Deze verhalen geven ons een inkijkje in hun levens. Een van de bekendste verhalen is dat van Jan van der Meer. Hij was een koopman uit Amsterdam die in 1638 naar Constantinopel (het huidige Istanboel) reisde.

Cornelis de Leeuw: Van zeeman tot Bey

Daar bekeerde hij zich tot de islam en nam de naam “Muhammad ibn Jan” aan. Zijn verhaal is goed gedocumenteerd, vooral dankzij de beschrijvingen van de Ottomaanse diplomaat Nicolaas van Armyn. Van der Meer was geen gevangene; hij was een man die bewust de reis maakte en zijn eigen keuzes volgde. Een ander verhaal is dat van Cornelis de Leeuw.

Hij was een zeeman uit Amsterdam die in 1645 naar Constantinopel reisde.

Hendrik van der Vliet: Een koopman met een nieuwe naam

Zijn lot was anders dan dat van Van der Meer. Hij werd gevangengenomen tijdens een Ottomaanse raid op een Nederlands schip.

Maar in plaats van als slaaf te eindigen, werd hij geadopteerd door de Ottomaanse sultana en kreeg hij de titel “Bey”. Zijn verhaal laat zien dat gevangenschap soms een onverwachte wending kon nemen. Een derde figuur is Hendrik van der Vliet, een koopman uit Amsterdam die zich rond 1650 bekeerde en de naam “Muhammad ibn Hendrik” aannam.

Net als Van der Meer, wiens reizen werden gedocumenteerd door Nederlandse schrijvers over Ottomaanse steden, was hij waarschijnlijk een vrijwilliger die zijn geluk zocht in het Ottomaanse Rijk.

Hoewel deze verhalen fascinerend zijn, moeten we voorzichtig zijn met de details. Sommige namen kunnen verkeerd zijn doorgegeven, en niet alle verhalen zijn even betrouwbaar. Maar ze geven ons wel een beeld van de mogelijke motivaties en ervaringen.

De gevangenen-theorie: Onder druk bekeerd?

Er is een sterke theorie dat veel Nederlandse bekeerlingen eigenlijk gevangenen waren.

De Ottomanen waren meesters in het nemen van gevangenen tijdens raids en schermutselingen. Voor deze gevangenen was het leven zwaar, maar er was een uitweg: bekeer je tot de islam.

Nicolaas van Armyn, de Nederlandse diplomaat in Constantinopel, beschreef in zijn dagboek hoe de Ottomanen gevangenen uit Europa activeerden om zich te bekeren. Ze boden hen een nieuwe identiteit, veiligheid en een betere toekomst. Van Armyn schatte dat tussen 1577 en 1600 ongeveer 200 Nederlanders zich bekeerden. Hoewel dit cijfer moeilijk te controleren is, laat het zien dat renegaten en janitsaren onder Nederlanders een reëel verschijnsel was.

Het verhaal van Cornelis de Leeuw past perfect in deze theorie. Hij werd gevangengenomen, maar door zich te bekeren, kreeg hij een positie in de Ottomaanse hofhouding.

Zonder die bekeering had hij waarschijnlijk een veel zwaarder lot gehad. Voor gevangenen was bekeren vaak een pragmatische keuze: een manier om te overleven en een beter leven op te bouwen.

De vrijwilligers-theorie: Een bewuste keuze

Maar niet iedereen werd gedwongen. Er zijn ook sterke argumenten voor de theorie dat sommige Nederlanders vrijwillig bekeerden.

Het Ottomaanse Rijk was een machtige en welvarende staat. Het bood kansen op handel, educatie en een nieuw leven. Voor Nederlanders die zich ontevreden voelden met de religieuze en politieke chaos in de Republiek, was het Ottomaanse Rijk een aantrekkelijk alternatief. De islam zelf had ook een aantrekkingskracht.

Met zijn nadruk op rechtvaardigheid, gemeenschapszin en spiritualiteit, bood het een frisse blik voor mensen die zoekende waren. Bovendien was er in Constantinopel een groeiende gemeenschap van bekeerlingen, waaronder andere Nederlanders.

Deze gemeenschap zorgde voor een warm welkom en maakte de overstap makkelijker.

Jan van der Meer is hier een goed voorbeeld. Hij was een succesvolle koopman met een goed leven in Amsterdam. Toch koos hij ervoor om naar Constantinopel te reizen en zich te bekeren. Zijn keuze lijkt niet gedwongen, maar eerder een persoonlijke zoektocht naar iets nieuws.

Factoren die de keuze beïnvloedden

De beslissing om zich te bekeren was zelden zwart-wit. Verschillende factoren speelden een rol:

  • Economische kansen: Het Ottomaanse Rijk was een handelsmacht. Nederlandse kooplieden zagen kansen om hun fortuin te vergroten.
  • Gemeenschap: In Constantinopel was een groeiende gemeenschap van bekeerlingen. Deze groep bood steun en een gevoel van verbondenheid.
  • Religieuze zoektocht: Sommige Nederlanders waren op zoek naar een nieuwe spirituele weg. De islam bood hen een alternatief voor het christendom.
  • Politieke onrust: De Tachtigjarige Oorlog zorgde voor veel onzekerheid. Het Ottomaanse Rijk bood stabiliteit en veiligheid.

Conclusie: Een mix van vrijwillig en gedwongen

De vraag of Nederlandse bekeerlingen gevangenen of vrijwilligers waren, heeft geen eenvoudig antwoord.

Het was een mix van beide. Sommigen, zoals Cornelis de Leeuw, werden gedwongen door omstandigheden en zagen bekeren als een uitweg. Anderen, zoals Jan van der Meer, kozen bewust voor een nieuw leven.

Wat deze verhalen laten zien, is de complexiteit van de geschiedenis. Religieuze bekeerlingen zijn nooit alleen maar slachtoffers of helden.

Ze zijn mensen met hun eigen drijfveren, angsten en hoop. Het Ottomaanse Rijk bood voor sommige Nederlanders een plek om te overleven, voor anderen een plek om te gedijen.

De geschiedenis van deze bekeerlingen is een reminder dat culturen en religies altijd met elkaar in contact hebben gestaan. Het laat zien hoe mensen zich aanpassen, overleven en soms bloeien in een vreemde omgeving. En misschien wel het belangrijkste: het herinnert ons eraan dat achter elke historische figuur een persoonlijk verhaal schuilt.

Veelgestelde vragen

Waarom zochten sommige Nederlanders hun lot in het Ottomaanse Rijk?

Tussen 1576 en 1648 was Nederland in oorlog met Spanje en de Habsburgse machten, terwijl het Ottomaanse Rijk een directe bedreiging vormde. Voor velen bood het Ottomaanse Rijk dus een veilige haven en een kans op een nieuw begin, waardoor ze zich bekeerden tot de islam.

Hoeveel Nederlandse kooplieden bekeerden zich tot de islam?

Hoewel het exact aantal onbekend is, zijn er enkele bekende voorbeelden, zoals Jan van der Meer en Cornelis de Leeuw. Deze individuen, aangetrokken door de kansen en de mogelijkheid tot een nieuw leven, maakten de reis naar Constantinopel en bekeerden zich tot de islam.

Wat was de rol van Jan van der Meer in de geschiedenis?

Jan van der Meer, een Amsterdamse koopman, reisde in 1638 naar Constantinopel en bekeerde zich tot de islam. Hij liet zien dat bekeringsreizen niet altijd het gevolg waren van dwang, maar vaak gebaseerd waren op persoonlijke keuzes en de zoektocht naar een betere toekomst.

Hoe was het leven van Cornelis de Leeuw in Constantinopel?

Cornelis de Leeuw, een Amsterdamse zeeman, werd in 1645 gevangengenomen en bekeerde zich tot de islam in Constantinopel. Zijn verhaal, gedocumenteerd door Nicolaas van Armyn, illustreert hoe oorlog en gevangenschap soms tot onverwachte spirituele veranderingen konden leiden.

Zijn er in Nederland moskeeën voor bekeerlingen?

Ja, de Ulu Moskee in Utrecht is de grootste moskee van Nederland en biedt ruimte voor de Ihtida Bekeerlingencommissie. Deze commissie ondersteunt en begeleidt nieuwe moskeebezoekers en biedt een plek voor gemeenschap en spiritualiteit.

Portret van historicus Pieter van Dijk, expert in Ottomaanse handelsgeschiedenis
Over Pieter van Dijk

Pieter van Dijk is een expert op het gebied van de Nederlands-Ottomaanse handelsbetrekkingen in de Gouden Eeuw.

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Sleutelfiguren Nederlands-Ottomaans
Ga naar overzicht →